152 duo's · gratis · zonder account

Dagelijks — vragen uit Dit of Dat?

Alle 152 duo's uit het pakket Dagelijks van Dit of Dat?, volledig uitgeschreven. Gratis te lezen en in je browser te spelen.

Twee opties, één keuze en de discussie die erop volgt.

Gratis spelen
  1. 1De fiets of Het skateboard
  2. 2Het huis van oma of Het huis van een vriend
  3. 3Het dappere kind of Het brave kind
  4. 4Een verjaardagsfeest of Een verrassingscadeau
  5. 5Langer op mogen blijven of Uit mogen slapen
  6. 6Meteen volwassen worden of Kind blijven
  7. 7Naar een verhaal luisteren of Een verhaal vertellen
  8. 8Op kamp gaan of Naar familie gaan
  9. 9Een broer of zus hebben of Enig kind zijn
  10. 10De zandbak of De schommel
  11. 11Schooluniform of Aantrekken wat je wilt
  12. 12De eerste schooldag of De laatste schooldag
  13. 13Speelgoed of Een boek
  14. 14Een picknick of Een pretpark
  15. 15Verstoppertje of Tikkertje
  16. 16Buiten spelen of Binnen spelen
  17. 17Tekenfilms of Een sprookjesboek
  18. 18Een compliment van de meester of Applaus van je vrienden
  19. 19In de buitenlucht of Binnen in de zaal
  20. 20Zing voor een vreemde of Maak een foto met een vreemde
  21. 21De fiets of Skaten
  22. 22Dans of Vechtsport
  23. 23Een berg beklimmen of In zee duiken
  24. 24Spelletjesavond thuis of Ergens afspreken
  25. 25Degene die de avond afsluit of Degene die vroeg weggaat
  26. 26Zing voor iedereen of Dans voor iedereen
  27. 27Een groot feest of Een gesprek met z'n drieën
  28. 28Vallen in de menigte of Iemand in het openbaar verkeerd aanspreken
  29. 29Skiën of Surfen
  30. 30Een concert of De bioscoop
  31. 31Hardlopen of Zwemmen
  32. 32Kort en intensief of Lang en rustig
  33. 33Ochtendtraining of Avondtraining
  34. 34Vlak voor het podium of De achterste rij
  35. 35Je spraakbericht belandt in de groep of Je notities belanden in de groep
  36. 36Tijdens je presentatie blanco slaan of Tijdens je presentatie het verkeerde scherm delen
  37. 37Een verrassingsplan of Een plan dat je van tevoren weet
  38. 38Naar de verkeerde persoon appen of Geld naar de verkeerde persoon sturen
  39. 39Wandelen of Yoga
  40. 40Documentaires of Fictie
  41. 41Een oude favoriet of Iets gloednieuws
  42. 42Films of Series
  43. 43Voetbal of Basketbal
  44. 44Aanvoerder zijn of Bankzitter maar wel kampioen
  45. 45Karaoke of Stil blijven
  46. 46Tegen iemand beter spelen of Tegen iemand zwakker spelen
  47. 47Een boek of Podcasts
  48. 48Komedie of Horror
  49. 49Je aan de regels houden of De regels wat oprekken
  50. 50Een medaille of Een record
  51. 51Bordspellen of Videogames
  52. 52Muziek luisteren of Muziek maken
  53. 53De spoiler horen of Helemaal niets horen
  54. 54Teamsport of Individuele sport
  55. 55Alleen trainen of Met een vriend trainen
  56. 56Alleen kijken of Samen kijken
  57. 57Eén nummer op repeat of Altijd op shuffle
  58. 58Een lang spel of Een korte ronde
  59. 59Tegen elkaar spelen of Samen een team vormen
  60. 60Een zware wedstrijd verliezen of Een makkelijke wedstrijd winnen
  61. 61Ondertiteling of Nasynchronisatie
  62. 62Bellen of Appen
  63. 63Meldingen aan of Allemaal uit
  64. 64Eén aflevering kijken of Alles achter elkaar kijken
  65. 65De foto bewerken of Hem plaatsen zoals hij is
  66. 66Videobellen of Bellen
  67. 67Een story plaatsen of Helemaal niets plaatsen
  68. 68De camera afplakken of Je er niks van aantrekken
  69. 69Donkere modus of Lichte modus
  70. 70Typen of Dicteren
  71. 71Locatie aan of Locatie uit
  72. 72Koptelefoon of Speaker
  73. 73Leesbevestiging aan of Uit
  74. 74Spraakberichten of Tekstberichten
  75. 75Op sociale media posten of Alleen meekijken
  76. 76Eén wachtwoord overal of Voor elke site een ander wachtwoord
  77. 77Op je telefoon kijken of Op een groot scherm kijken
  78. 78Trillen of Beltoon
  79. 79Altijd opgeladen houden of Pas nadenken als hij leeg is
  80. 80Derde verdieping zonder lift of Vijftiende verdieping met lift
  81. 81Balkon of Tuin
  82. 82Regel het vandaag of Laat het tot morgen
  83. 83Afwassen of Was opvouwen
  84. 84Groot huis, ver weg of Klein huis, in het centrum
  85. 85Rommelig maar comfortabel of Geordend maar gespannen
  86. 86Zeezicht of Uitzicht op de stad
  87. 87Het huis opruimen of Koken
  88. 88Elke dag een beetje of Eén keer per week grondig
  89. 89Elk jaar verhuizen of Tien jaar in hetzelfde huis
  90. 90Donkere, koele kamer of Lichte, warme kamer
  91. 91Kat of Hond
  92. 92Bad of Douche
  93. 93Gasten ontvangen of Op bezoek gaan
  94. 94Huis met grote keuken of Huis met grote woonkamer
  95. 95's Ochtends stilte in huis of 's Ochtends drukte in huis
  96. 96Een stille buur of Een vriendelijke buur
  97. 97Alleen wonen of Met een huisgenoot wonen
  98. 98Een vriend die te laat komt of Een vriend die helemaal niet komt
  99. 99Lachen of Huilen
  100. 100Cadeaus krijgen of Cadeaus geven
  101. 101Elk jaar op vakantie of Sparen voor één grote reis
  102. 102Spanning of Rust
  103. 103Goedkope vakantie met veel mensen of Korte dure vakantie
  104. 104Aan jezelf uitgeven of Aan je liefste uitgeven
  105. 105In de rij staan of De lange route nemen
  106. 106Kort slapen of Lange nacht
  107. 107Eén duur cadeau of Veel kleine cadeautjes
  108. 108Stilte of Muziek op de achtergrond
  109. 109Alleen werken of Tussen mensen werken
  110. 110Bij regen binnen of Bij regen buiten
  111. 111De hele rit muziek of De hele rit praten
  112. 112Lopen of Wachten en instappen
  113. 113Vragen wat iemand wil of Verrassen
  114. 114Abonnementen of Een eenmalige aankoop
  115. 115Een vriend geld lenen of Weigeren en de vriendschap redden
  116. 116Weinig werken, weinig verdienen of Veel werken, veel verdienen
  117. 117Sparen of Uitgeven
  118. 118De schuld vroeg aflossen of In termijnen betalen
  119. 119Het plezier van nu of De zekerheid van morgen
  120. 120Budget bijhouden of Op gevoel
  121. 121Aan ervaringen uitgeven of Aan spullen uitgeven
  122. 122Naar de prijs vragen of Kopen zonder te vragen
  123. 123De rekening delen of Om de beurt betalen
  124. 124Huren of Een huis kopen met een lening
  125. 125Contant of Kaart
  126. 126Afdingen of De prijs accepteren
  127. 127Risico nemen en winnen of Op zeker spelen
  128. 128Vast salaris of Wisselend inkomen
  129. 129Goedkoop en veel of Duur en maar één
  130. 130Tweedehands of Nieuw
  131. 131Wachten op korting of Meteen kopen
  132. 132Snooze drukken of Bij het eerste alarm eruit
  133. 133Dezelfde outfit weer of Elke dag anders
  134. 134Dezelfde routine of Elke dag anders
  135. 135Weinig spullen, kale muren of Veel spullen, volle planken
  136. 136's Ochtends douchen of 's Avonds douchen
  137. 137Vroeg klaarstaan of Op het nippertje halen
  138. 138Vloerkleed of Kale vloer
  139. 139Op de kaart kijken of De weg vragen
  140. 140Alles bewaren of Regelmatig verwijderen
  141. 141Zonder ontbijt de deur uit of Vroeg op om te ontbijten
  142. 142Een zelfgemaakte plank of Een gekochte plank
  143. 143Op papier schrijven of In je telefoon zetten
  144. 144Een lijstje maken of Uit je hoofd onthouden
  145. 145Ochtendmens of Avondmens
  146. 146Tabbladen open laten of Ze allemaal sluiten
  147. 147Eén grote klus of Veel kleine klusjes
  148. 148Wakker worden van je telefoon of Vanzelf wakker worden
  149. 149Back-uppen of Op goed geluk
  150. 150Een nieuw apparaat of Als de oude het doet, houden
  151. 151Elke dag een beetje of Twee dagen per week veel
  152. 152Snelheid of Uithoudingsvermogen

Dit of Dat? vragen

App StoreGoogle Play