58 duo's · gratis · zonder account

Werk & reizen — vragen uit Dit of Dat?

Alle 58 duo's uit het pakket Werk & reizen van Dit of Dat?, volledig uitgeschreven. Gratis te lezen en in je browser te spelen.

Twee opties, één keuze en de discussie die erop volgt.

Gratis spelen
  1. 1Weinig kleren, veel wassen of Veel kleren, niet wassen
  2. 2Koffer of Rugzak
  3. 3Vroeg op om te verkennen of Uitslapen en uitrusten
  4. 4Foto's maken of Alleen kijken
  5. 5Licht reizen of Op alles voorbereid
  6. 6Souvenirs meenemen of Genoegen nemen met de herinnering
  7. 7Inclusief ontbijt of Zelf je boontjes doppen
  8. 8Kamer met uitzicht of Stille kamer
  9. 9Duur maar centraal of Goedkoop maar ver weg
  10. 10Hotel of Een huurappartement
  11. 11Plannen of Het laten gebeuren
  12. 12Alleen gaan of Met een groep gaan
  13. 13Eén lange vakantie of Korte, frequente uitjes
  14. 14Thuiswerken of Op kantoor werken
  15. 15Een titel die iedereen kent of Een rust waar niemand van weet
  16. 16Voor jezelf beginnen of In een vaste baan blijven
  17. 17Regels stellen of Je aan de regel houden
  18. 18Korte dagen, zes dagen of Lange dagen, vier dagen
  19. 19De baas zijn of Werknemer zijn
  20. 20's Ochtends vroeg beginnen of 's Middags beginnen
  21. 21Waardering krijgen of Met rust gelaten worden
  22. 22Solo werken of In een team werken
  23. 23Vergaderingen of Berichten
  24. 24Een talentvol maar lui team of Een middelmatig maar hardwerkend team
  25. 25Lastige baas, leuke baan of Aardige baas, saaie baan
  26. 26Werk mee naar huis nemen of Laat op het werk blijven
  27. 27Vroeg met pensioen, minder geld of Laat met pensioen, meer geld
  28. 28Altijd hetzelfde, maar heel goed of Steeds iets nieuws proberen
  29. 29Vast salaris of Verdienen naar wat je levert
  30. 30Werk dat je leuk vindt, weinig geld of Werk dat je haat, veel geld
  31. 31Een baan met veel reizen of Een baan zonder reizen
  32. 32Promotie of Loonsverhoging
  33. 33Nieuwe baan in een nieuwe stad of Dezelfde baan in dezelfde stad
  34. 34Een hoog salaris of Veel vakantiedagen
  35. 35Beroemd zijn of Rijk zijn
  36. 36Weer dezelfde plek of Elk jaar een nieuwe plek
  37. 37Een bekende route of Het risico lopen te verdwalen
  38. 38De zee of De bergen
  39. 39Het uitzicht of Drukte
  40. 40Een museum of Een markt
  41. 41Bij het raam of Aan het gangpad
  42. 42Ochtendvlucht of Nachtvlucht
  43. 43Een warm land of Een koud land
  44. 44In één ruk gaan of Met pauzes gaan
  45. 45De trein of De bus
  46. 46Vliegtuig of Een autoreis
  47. 47Te voet verkennen of Met het ov reizen
  48. 48Een stad verkennen of In de natuur blijven
  49. 49Stedentrip of Uitje in de natuur
  50. 50Alles vooraf geregeld of Ter plekke beslissen
  51. 51's Nachts reizen of Vroeg vertrekken
  52. 52Terug naar dezelfde plek of Elke keer ergens anders
  53. 53Licht pakken of Voor elk geval meenemen
  54. 54De dag ervoor inpakken of Pas bij vertrek inpakken
  55. 55Een stil kantoor of Een levendig kantoor
  56. 56Werk op het werk laten of Doen wanneer het opkomt
  57. 57Veilig maar saai werk of Riskant maar spannend werk
  58. 58Thuiswerken of Naar kantoor gaan

Dit of Dat? vragen

App StoreGoogle Play