150 vragen · gratis · zonder account

Favorieten — vragen uit Eerste Date

Alle 150 vragen uit het pakket Favorieten van Eerste Date, volledig uitgeschreven. Gratis te lezen en in je browser te spelen.

Het spel met z'n tweeën over hoe goed jullie elkaar inschatten.

Gratis spelen
  1. 1Welke muziek staat jou nader?

    • Pop
    • Rock
    • Elektronisch
    • Klassiek
  2. 2Wat pakt jou het meest in muziek?

    • De tekst
    • De melodie
    • Het ritme
    • De klank van de stem
  3. 3Staat er de hele dag muziek aan?

    • Bijna altijd
    • Alleen onderweg
    • Op vaste uren
    • Ik zet hem zelden aan
  4. 4Hoe vind je nieuwe nummers?

    • In kant-en-klare lijsten
    • Via vrienden
    • Als ik ze ergens hoor
    • Ik luister altijd dezelfde
  5. 5Hoe lang duurt het voor je een nummer mooi vindt?

    • De eerste seconden
    • Een paar keer luisteren
    • Ik groei er langzaam in
    • Ik groei er nooit in
  6. 6Is de taal van een nummer belangrijk voor je?

    • Het moet in een taal zijn die ik versta
    • De taal maakt niets uit
    • In een vreemde taal is het beter
    • Het mag zonder tekst
  7. 7Maak je afspeellijsten?

    • Eén voor elke stemming
    • Eén lange lijst
    • Ik zet kant-en-klare lijsten op
    • Ik maak er geen
  8. 8Heb je altijd oordopjes bij je?

    • Altijd bij me
    • Ze liggen in mijn tas
    • Alleen op reis
    • Ik gebruik ze niet
  9. 9Luister je radio?

    • Onderweg staat hij altijd aan
    • Af en toe
    • Ik hou het bij mijn eigen lijst
    • Nooit
  10. 10Wat doe je als er muziek speelt die je niet mooi vindt?

    • Ik zet hem uit
    • Ik probeer eraan te wennen
    • Ik respecteer het gezelschap
    • Ik ga ergens anders heen
  11. 11Wat betekent het om iemand een nummer te sturen?

    • Een gewone link
    • Een klein berichtje
    • Iets heel persoonlijks
    • Ik stuur ze niet
  12. 12Wat luister je als je je rot voelt?

    • Iets nog droevigers
    • Iets vrolijks
    • Iets rustigs
    • Ik zet de muziek uit
  13. 13Ga je terug naar muziek van jaren geleden?

    • Voortdurend
    • Af en toe
    • Als iemand me eraan herinnert
    • Ik zoek altijd nieuwe dingen
  14. 14Wat doe je als de ander jouw muziek niet mooi vindt?

    • Ik zet hem toch op
    • Ik luister wat die mooi vindt
    • We vinden iets gezamenlijks
    • Ik ga terug naar mijn oordopjes
  15. 15Hoe belangrijk is filmmuziek voor je?

    • Die blijft langer dan de film
    • Ik merk hem op
    • Ik luister hem later
    • Ik let er nooit op
  16. 16Welk genre kijk je het meest?

    • Komedie
    • Drama
    • Thriller
    • Sciencefiction
  17. 17Kijk je films of series?

    • Films
    • Series
    • Allebei
    • Documentaires
  18. 18Hoeveel afleveringen geef je een serie?

    • Eén aflevering
    • Drie afleveringen
    • Eén seizoen
    • Ik hou het uit tot het eind
  19. 19Wat doe je als er een film komt van een boek waar je van houdt?

    • Ik lees eerst het boek
    • Ik kijk alleen de film
    • Ik vergelijk ze
    • Ik zet de film nooit aan
  20. 20Kijk je trailers?

    • Ik kijk ze allemaal
    • Af en toe
    • Nee, dat bederft de verrassing
    • De trailer is vaak beter dan de film
  21. 21Kijk je met ondertiteling of nasynchronisatie?

    • Met ondertiteling
    • Met nasynchronisatie
    • Zonder ondertiteling als ik de taal ken
    • Zoals het uitkomt
  22. 22Waar erger je je het meest aan in een verhaal?

    • Aan een geforceerd einde
    • Aan een verhaal dat halverwege stopt
    • Aan onnodig gerek
    • Ik erger me nergens aan
  23. 23Hoe is je band met oude producties?

    • Ik geef de voorkeur aan oude
    • Nieuwe zijn beter
    • Ik kijk door elkaar
    • Ik zet oude nooit aan
  24. 24Hou je van praten tijdens het kijken?

    • Helemaal niet
    • Af en toe
    • Ik begin meestal
    • Stil kijken is saai
  25. 25Wat voel je als een serie afgelopen is?

    • Ik val in een gat
    • Ik begin meteen aan een nieuwe
    • Ik ben opgelucht
    • Ik praat over het einde
  26. 26Wat zeg je over een slecht einde?

    • Ik vind het realistisch
    • Mijn humeur zakt
    • Het raakt me juist meer
    • Ik wil een goed einde
  27. 27Wanneer kijk je een nieuwe film?

    • Op de eerste dag
    • Als er over wordt gepraat
    • Als iedereen hem vergeten is
    • Als hij aan de beurt is
  28. 28Wat doe je bij een scène om te huilen?

    • Ik huil gewoon
    • Ik probeer het niet te laten merken
    • Het raakt me niet
    • Ik kijk weg
  29. 29Kijk je bekroonde of populaire producties?

    • De bekroonde
    • Wat iedereen kijkt
    • Wat niemand kent
    • Wat toevallig voorbijkomt
  30. 30Hoe diep ga je in wat je kijkt?

    • Ik verlies het contact met de wereld
    • Ik duik erin en eruit
    • Ik doe altijd iets anders erbij
    • Ik kijk op de klok
  31. 31Staat er een scherm aan als je eet?

    • Ik zet altijd iets op
    • Als ik alleen eet
    • Aan tafel geen schermen
    • Muziek is genoeg
  32. 32Koop je iets te snoepen in de bioscoop?

    • Altijd
    • Alleen iets te drinken
    • Ik neem het zelf mee
    • Ik koop niets
  33. 33Waar komt het eten vandaan op een filmavond?

    • Ik bestel
    • Ik maak het zelf
    • Snacks zijn genoeg
    • Ik eet vooraf
  34. 34Hoe is het als iemand voor je kookt?

    • Ik vind het heerlijk
    • Ik schaam me
    • Ik wil helpen
    • Ik kook liever zelf
  35. 35Kijk je kookprogramma's?

    • Ik ben er dol op
    • Af en toe
    • Alleen de wedstrijden
    • Nooit
  36. 36Heb je een recept van het scherm geprobeerd?

    • Ik probeer er vaak een
    • Een of twee keer
    • Ik stel het altijd uit
    • Het komt niet in me op
  37. 37Fotografeer je wat je eet?

    • Elke keer
    • Als het er mooi uitziet
    • Om het te delen
    • Nooit
  38. 38Waarom kom je een tweede keer terug in een zaak?

    • Om het eten
    • Om de sfeer
    • Om de muziek
    • Omdat het dichtbij is
  39. 39Merk je de muziek in een zaak op?

    • Meteen
    • Alleen als hij te hard staat
    • Ik let er nooit op
    • Ik kies de zaak erop uit
  40. 40Waar komt jouw kookkunst vandaan?

    • Van mijn familie
    • Van zelf proberen
    • Van afkijken
    • Ik heb hem nog steeds niet
  41. 41Hoe precies volg je een recept?

    • Tot op de gram
    • In grote lijnen
    • Ik doe er iets van mezelf bij
    • Ik kijk niet in het recept
  42. 42Hoe kies je een nieuw restaurant?

    • Ik lees recensies
    • Op aanraden van vrienden
    • Ik loop zomaar naar binnen
    • Ik ga altijd naar dezelfde plek
  43. 43Waar drink je graag koffie?

    • Thuis in stilte
    • In een druk café
    • Onderweg
    • Aan mijn bureau
  44. 44Probeer je wat de ober aanraadt?

    • Altijd
    • Soms
    • Ik noem mijn eigen keuze
    • Ik vraag geen advies
  45. 45Eet je langzaam of snel?

    • Heel langzaam
    • Gemiddeld
    • Mijn bord is zo leeg
    • Ik pas me aan de ander aan
  46. 46Reis je naar een andere stad voor een evenement?

    • Ik ga meteen
    • Als het makkelijk te bereiken is
    • Als er iemand meegaat
    • Nooit
  47. 47Wat doe je als een kaartje voor een gewild evenement duur is?

    • Ik koop het toch
    • Ik neem een goedkope plek
    • Ik zie ervan af
    • Ik ga als iemand me uitnodigt
  48. 48Plan je een evenement van tevoren?

    • Dagen van tevoren
    • Ik beslis dezelfde dag
    • Als iemand me vraagt
    • Ik plan niets
  49. 49Hoe vaak ga je naar een tentoonstelling of museum?

    • Vaak
    • Een paar keer per jaar
    • Alleen op reis
    • Nooit
  50. 50Hoe lang sta je voor één werk in een museum?

    • Heel lang
    • Een paar minuten
    • Ik kijk in het voorbijgaan
    • Ik lees de bordjes
  51. 51Ben je nieuwsgierig naar hoe iets gemaakt wordt?

    • Heel nieuwsgierig
    • Een beetje
    • Dan is de magie weg
    • Het boeit me niet
  52. 52Is er verschil tussen live en een opname?

    • Live is heel iets anders
    • De opname bevalt me beter
    • Het hangt van de plek af
    • Er is geen verschil
  53. 53Ga je alleen naar een evenement?

    • Zonder moeite
    • Er moet iemand mee
    • Ik heb het geprobeerd en vond het zwaar
    • Het is nooit in me opgekomen
  54. 54Bereid je je voor op een voorstelling?

    • Ik luister alles
    • Ik zoek wat op
    • Ik bereid niets voor
    • Ik vraag het degene die meegaat
  55. 55Hoe is de sfeer van een festival voor jou?

    • Onmisbaar
    • Voor één dag prima
    • De drukte benauwt me
    • Ik heb het nooit meegemaakt
  56. 56Film je op een concert?

    • Van begin tot eind
    • Een of twee nummers
    • Ik kijk alleen
    • Ik pak mijn telefoon niet
  57. 57Volg je wat er in je stad gebeurt?

    • Ik volg het op de voet
    • Ik hoor het van vrienden
    • Ik hoor het op het laatst
    • Ik volg het niet
  58. 58Hoe gaat de avond verder na een evenement?

    • We gaan ergens zitten praten
    • We gaan rechtstreeks naar huis
    • Hij duurt tot de ochtend
    • We lopen uiteen
  59. 59Ga je naar een voorstelling in een onbekend genre?

    • Ik ga uit nieuwsgierigheid
    • Als iemand aandringt
    • Ik zoek het eerst op
    • Ik hou het bij wat ik ken
  60. 60Wat doe je als je te laat bent bij een voorstelling?

    • Ik ga stilletjes naar binnen
    • Ik wacht op de pauze
    • Ik keer om en ga naar huis
    • Ik ben toch altijd vroeg
  61. 61Lees je boeken?

    • Voortdurend
    • Af en toe
    • Al lang geen een meer
    • Ik luister liever
  62. 62Waar let je op bij het kiezen van een boek?

    • Op het onderwerp
    • Op wie het aanraadt
    • Op de omslag
    • Op de dikte
  63. 63Luister je luisterboeken of podcasts?

    • Voortdurend
    • Onderweg
    • Voor het slapen
    • Geen van beide
  64. 64Wat zet je als eerste aan als je alleen bent?

    • Muziek
    • Iets op het scherm
    • Ik pak een boek
    • Stilte is beter
  65. 65Kijk je naar de scores voor je iets aanzet?

    • Altijd
    • Ik werp een blik
    • Ik lees de recensies
    • Ik beslis zonder
  66. 66Sla je de intro over?

    • Elke keer
    • Na een paar afleveringen
    • Nooit
    • Ik ben er dol op
  67. 67Wanneer probeer je iets wat je wordt aangeraden?

    • Meteen
    • Als een paar mensen het zeggen
    • Als ik het niet vergeet
    • Ik probeer alleen wat ik zelf vind
  68. 68Wat doe je als er kritiek is op iets waar je van houdt?

    • Ik verdedig het
    • Ik luister stil
    • Ik ga niet in discussie
    • Ik kan van mening veranderen
  69. 69Probeer je liever iets nieuws of ga je terug naar het bekende?

    • Altijd iets nieuws
    • Terug naar het bekende
    • Het hangt van mijn stemming af
    • Ik pas me aan de ander aan
  70. 70Heb je een lijst van dingen om te kijken of te lezen?

    • Ik heb een nette lijst
    • Ik hou het in mijn hoofd
    • Ik schrijf het overal op
    • De lijst groeit alleen maar
  71. 71Valt het je makkelijk te zeggen dat je iets niet mooi vindt?

    • Ik zeg het gewoon
    • Ik probeer niemand te kwetsen
    • Ik zwijg
    • Iedereen ziet het toch
  72. 72Lijkt je smaak op die van je vrienden?

    • Bijna hetzelfde
    • Op sommige punten
    • Ik zit er altijd naast
    • Ik denk er nooit over na
  73. 73Hoe is je band met iets maken met je handen?

    • Ik maak voortdurend iets
    • Ik probeer het af en toe
    • Ik heb het geprobeerd en het lukte niet
    • Het trekt me niet
  74. 74Verzamel je iets?

    • Ik verzamel al jaren iets
    • Vroeger wel
    • Het stapelt zich vanzelf op
    • Ik verzamel niets
  75. 75Wat vertel je als iemand naar je smaak vraagt?

    • Over de muziek die ik luister
    • Over wat ik kijk
    • Over wat ik lees
    • Ik weet niets te vertellen
  76. 76Waar brengt een nummer je heen?

    • Naar mijn kindertijd
    • Naar een reis
    • Naar één persoon
    • Nergens heen
  77. 77Wat doe je als je favoriete nummer speelt?

    • Ik zet hem harder
    • Ik laat alles vallen
    • Mijn voet tikt mee
    • Ik luister zonder het te laten merken
  78. 78Welk deel van een nummer vind je het mooist?

    • De intro
    • Het refrein
    • Het einde
    • De stilte ertussen
  79. 79Wat is je beltoon?

    • Een nummer waar ik van hou
    • Een simpele melodie
    • Een korte trilling
    • Ik heb hem nooit veranderd
  80. 80Wat doe je als je een microfoon krijgt?

    • Ik zing meteen
    • Ik zing als het rustig is
    • Ik zing alleen mee
    • Ik geef de microfoon door
  81. 81Hoe verloopt een dag zonder muziek?

    • Ik merk het niet
    • Er ontbreekt iets
    • De stilte doet me goed
    • Zo'n dag bestaat niet
  82. 82Hoe gaat het werk met muziek aan?

    • Het gaat sneller
    • Ik raak afgeleid
    • Het maakt niets uit
    • Bij sommige klussen is het een must
  83. 83Welk geluid maakt je rustig?

    • Regen
    • De zee
    • Een nummer waar ik van hou
    • Volledige stilte
  84. 84Muziek of gesprek op een lange rit?

    • Muziek
    • Gesprek
    • Stilte
    • Alles om de beurt
  85. 85Hoe kom je van een nummer in je hoofd af?

    • Ik zing het helemaal uit
    • Ik zet iets anders op
    • Het gaat vanzelf over
    • Bij mij blijft niets hangen
  86. 86Fluit je?

    • Zonder het te merken
    • Als ik goed gehumeurd ben
    • Als ik iemand roep
    • Nooit
  87. 87Hoezeer verandert muziek je stemming?

    • Die draait hem meteen om
    • Die heeft een beetje invloed
    • Ik kies hem bij mijn stemming
    • Die heeft geen invloed
  88. 88Wat doe je als iemand het nummer wegklikt?

    • Ik bemoei me er niet mee
    • Ik zet hem terug
    • Ik maak er een grap van
    • Ik mopper in mezelf
  89. 89Kun je praten met muziek aan?

    • Prima
    • Ik zet hem zachter
    • Ik zet hem uit
    • Met muziek lukt praten niet
  90. 90Moet er geluid zijn als je slaapt?

    • Volledige stilte
    • Een zacht geluid
    • Laat de muziek aan
    • Het maakt niet uit
  91. 91Hoe moet het licht zijn als de film begint?

    • Pikdonker
    • Schemerig
    • Laat het aan
    • Het maakt niet uit
  92. 92Welke stoel kies je in de zaal?

    • De voorste rijen
    • Precies het midden
    • De achterste rij
    • Aan de zijkant
  93. 93Waar let je het meest op in een film?

    • Op het verhaal
    • Op het acteerwerk
    • Op het beeld
    • Op het einde
  94. 94Raad je het einde tijdens het kijken?

    • Altijd
    • Soms heb ik het goed
    • Ik zeg mijn vermoeden hardop
    • Ik doe er niet aan mee
  95. 95Hoe kijk je naar een lange film?

    • Hoe langer hoe beter
    • Ik las een pauze in
    • Ik kies een korte
    • Ik kijk niet naar de duur
  96. 96Hoe zit je voor het scherm?

    • Kaarsrecht
    • Languit
    • In een deken gerold
    • Ik verschuif constant
  97. 97Wat is je eerste zin na een film?

    • Die was heel goed
    • Niet wat ik verwachtte
    • Ik snapte het einde niet
    • Ik heb honger
  98. 98Wat doe je als de aftiteling loopt?

    • Ik blijf tot het eind zitten
    • Ik sta meteen op
    • Ik luister naar de muziek
    • Ik pak mijn telefoon
  99. 99Zet je een film op pauze?

    • Vaak
    • Nooit
    • Ik las een pauze in
    • Ik begin opnieuw
  100. 100Wat doe je als er een vervolg komt?

    • Ik kijk het meteen
    • Ik ben argwanend
    • Het eerste deel was genoeg
    • Ik wacht tot het aan de beurt is
  101. 101Aan wie raak je gehecht in een film?

    • Aan de hoofdpersoon
    • Aan een bijfiguur
    • Aan de slechterik
    • Aan niemand
  102. 102Wat doe je als een film je raakt?

    • Ik denk er dagen aan
    • Ik vertel het iedereen
    • Ik lees erover
    • Ik vergeet hem meteen
  103. 103Zoek je de acteurs op na een film?

    • Altijd
    • Als een gezicht me bekend voorkomt
    • Nooit
    • Ik ken ze toch al
  104. 104Hoe wordt een filmavond thuis opgezet?

    • De gordijnen gaan dicht
    • De telefoons gaan opzij
    • Er worden snacks klaargezet
    • We zetten hem gewoon aan
  105. 105Wat blijft er van een film bij je hangen?

    • De titel
    • De scènes
    • De zinnen
    • Niets
  106. 106Eet je zoet of hartig bij het ontbijt?

    • Vooral zoet
    • Vooral hartig
    • Allebei
    • Ik ontbijt niet
  107. 107Hoeveel kruiden doe je in het eten?

    • Heel veel
    • Met mate
    • Zout is genoeg
    • Helemaal niets
  108. 108Wat doe je met iets onbekends op je bord?

    • Ik proef het eerst
    • Ik vraag wat het is
    • Ik schuif het opzij
    • Ik eet het met smaak
  109. 109Hoe wil je je toetje?

    • Vol en zwaar
    • Licht en fruitig
    • Warm geserveerd
    • Ik hou niet van zoet
  110. 110Wat doe je als je ergens trek in hebt?

    • Ik zoek het en eet het meteen
    • Ik maak het zelf
    • Ik stel het uit
    • Het gaat vanzelf over
  111. 111Welke maaltijd is voor jou het belangrijkst?

    • Het ontbijt
    • De lunch
    • Het avondeten
    • Een hap in de nacht
  112. 112Wat maakt een gerecht als eerste aantrekkelijk?

    • De geur
    • Het uiterlijk
    • De eerste hap
    • De naam
  113. 113Wat doet honger met je?

    • Ik word boos
    • Ik word stil
    • Ik zoek meteen iets
    • Er verandert niets
  114. 114Hoe kieskeurig ben je met eten?

    • Ik eet alles
    • Een paar dingen eet ik niet
    • Mijn lijst is lang
    • Het hangt van mijn stemming af
  115. 115Hoe moet je portie zijn?

    • Klein en gevarieerd
    • Eén en vullend
    • Groot, om te delen
    • Ik stop als het genoeg is
  116. 116Hoort er brood bij het eten?

    • Bij elke maaltijd
    • Bij sommige gerechten
    • Zelden
    • Ik eet het nooit
  117. 117Hoe drink je je warme drank?

    • Puur
    • Met suiker
    • Met melk
    • Met iets zoets erbij
  118. 118Neem je een tweede portie van je lievelingsgerecht?

    • Altijd
    • Als er plaats over is
    • Eén lepel
    • Nooit
  119. 119Wat doe je na het eten?

    • Ik sta meteen op
    • Ik praat door aan tafel
    • Ik ga liggen
    • Ik ga wandelen
  120. 120Wanneer beslis je dat een smaak je niet bevalt?

    • Bij de eerste hap
    • Na een paar keer proberen
    • Dat verandert in de loop van de jaren
    • Mijn oordeel verandert niet
  121. 121Wat is een spel voor jou?

    • Ik wil winnen
    • Ik speel voor het plezier
    • Ik bewaak de regels
    • Ik verveel me snel
  122. 122Wat doe je als je een spel verliest?

    • Ik lach erom
    • Ik wil revanche
    • Ik baal in stilte
    • Ik ga over de regels in discussie
  123. 123Wat voor spel kies je?

    • Een spel voor een grote groep
    • Een spel voor twee
    • Een spel voor mezelf
    • Ik speel geen spellen
  124. 124Hoeveel ruimte neemt sport in je leven in?

    • Ik sport regelmatig
    • Af en toe
    • Ik kijk alleen
    • Helemaal geen
  125. 125Hoe ben je bij een wedstrijd van je club?

    • Ik moedig luid aan
    • Ik kijk in stilte
    • Ik loop van de spanning de kamer uit
    • Ik hoor de uitslag later
  126. 126Waar vind je jezelf terug op een druk feest?

    • Dansend in het midden
    • Pratend in de keuken
    • Zittend in een hoek
    • Vlak bij de deur
  127. 127Hoeveel uur hou je een feest vol?

    • Een paar uur
    • Tot middernacht
    • Tot de ochtend
    • Ik ga er vroeg vandoor
  128. 128Hoe vul je een lege avond?

    • Ik speel een spel
    • Ik ga de deur uit
    • Ik maak iets met mijn handen
    • Ik doe niets
  129. 129Wat doe je als iemand in een spel valsspeelt?

    • Ik zeg er wat van
    • Ik maak er een grap van
    • Ik stop met het spel
    • Ik kijk de andere kant op
  130. 130Doe je mee aan een wedstrijd?

    • Ik doe meteen mee
    • Als ik word overgehaald
    • Ik kijk liever toe
    • Nooit
  131. 131Waar denk je aan bij het woord sport?

    • Aan competitie
    • Aan beweging
    • Aan teamgeest
    • Aan vermoeidheid
  132. 132Hoeveel mensen zijn er nodig voor plezier?

    • Twee
    • Een stuk of vier
    • Er moet een menigte zijn
    • Ik heb ook alleen plezier
  133. 133Wanneer ga je de dansvloer op?

    • Bij het eerste nummer
    • Als de sfeer er is
    • Als er wordt aangedrongen
    • Ik blijf aan de kant
  134. 134Waar moet je het hardst om lachen?

    • Om een onverwachte grap
    • Om een grappig beeld
    • Om mijn eigen situatie
    • Om de lach van de ander
  135. 135Hoe is spelen met kinderen voor jou?

    • Ik ben er dol op
    • Fijn als het kort duurt
    • Ik vind het zwaar
    • Het is me nooit overkomen
  136. 136Wanneer voel je je het best?

    • Bij zonsopgang
    • In de middaguren
    • In de koelte van de avond
    • Na middernacht
  137. 137Hoe is je looptempo?

    • Sneller dan iedereen
    • Gemiddeld
    • Langzaam en genietend
    • Ik pas me aan mijn gezelschap aan
  138. 138Waar raakt je geduld het snelst op?

    • In het verkeer
    • In de rij
    • Bij eindeloze gesprekken
    • Als het werk zich opstapelt
  139. 139Wat verandert je besluit?

    • Nieuwe informatie
    • Een woord van iemand die ik liefheb
    • De tijd, vanzelf
    • Niets
  140. 140Wat bepaalt je kledingstijl?

    • Comfort
    • Elegantie
    • Gewoonte
    • Mijn bui van die dag
  141. 141Wat gebeurt er met je in een lawaaiige omgeving?

    • Mijn energie stijgt
    • Ik hou het uit
    • Ik word moe
    • Ik ga meteen weg
  142. 142Hoe ben je met grappen?

    • Ik ben gevat
    • Ik breng de sfeer op gang
    • Ik lach om mezelf
    • Ik maak geen grappen
  143. 143Wat doe je voor je aan het werk gaat?

    • Ik ruim mijn bureau op
    • Ik maak een lijst
    • Ik begin meteen
    • Ik zet het in mijn hoofd op een rij
  144. 144Hoe is je band met op tijd zijn?

    • Ik ben altijd vroeg
    • Precies op tijd
    • Ik ben een paar minuten te laat
    • Ik heb niets met de klok
  145. 145Wanneer maak je je klussen af?

    • Ik doe het meteen en ben ervan af
    • Ik laat het tot de laatste dag
    • Ik werk er beetje bij beetje aan
    • Het hangt van mijn bui af
  146. 146Hoe lang doe je over kleine besluiten?

    • Meteen
    • Met een beetje nadenken
    • Heel lang
    • Ik laat het aan een ander over
  147. 147Wat doe je als je iets niet kunt vinden?

    • Ik zoek systematisch
    • Ik gooi alles overhoop
    • Ik vraag het iemand
    • Ik zeg dat het vanzelf opduikt
  148. 148Hoe praat je?

    • Snel en vurig
    • Langzaam en rustig
    • Kort en bondig
    • Met armen en handen
  149. 149Wat wordt er het vaakst over je gezegd?

    • Wat ben je geduldig
    • Wat ben je koppig
    • Wat ben je ordelijk
    • Wat ben je makkelijk
  150. 150Hoe ben je als je iets voor het eerst doet?

    • Ik spring er meteen in
    • Ik kijk het eerst af
    • Ik vraag lang door
    • Laat iemand anders het proberen

Eerste Date vragen

App StoreGoogle Play