150 vragen · gratis · zonder account

Sociale kring — vragen uit Eerste Date

Alle 150 vragen uit het pakket Sociale kring van Eerste Date, volledig uitgeschreven. Gratis te lezen en in je browser te spelen.

Het spel met z'n tweeën over hoe goed jullie elkaar inschatten.

Gratis spelen
  1. 1Wanneer zag je je familie voor het laatst?

    • Deze week
    • Deze maand
    • Maanden geleden
    • We wonen samen
  2. 2Hoe heb je meestal contact met je familie?

    • Met videobellen
    • Met bellen
    • Met berichten
    • Ik val onaangekondigd binnen
  3. 3Hoeveel van je familie zit er in jou?

    • Heel veel
    • Alleen op bepaalde punten
    • Helemaal niets
    • Ik ben hun tegenpool
  4. 4Hoe doet je familie bij de eerste ontmoeting met je lief?

    • Ze nemen die meteen op
    • Ze vragen alles uit
    • Ze houden afstand
    • Ze zeggen er achteraf iets van
  5. 5Wat gebeurt er als je familie iets negatiefs over je relatie zegt?

    • Ik neem het serieus
    • Ik ga mijn eigen weg
    • Ik ga in discussie
    • Ik doe alsof ik het niet hoor
  6. 6Wie zet de eerste stap na onenigheid met je familie?

    • Ik
    • Zij
    • Niemand
    • Het gaat vanzelf over
  7. 7Zijn er onderwerpen die jullie thuis niet bespreken?

    • We praten over weinig
    • Eén gevoelig onderwerp
    • We praten over alles
    • Het worden er minder
  8. 8Hoe kijk je tegen samenwonen met je familie aan?

    • Ik kan daar lang wonen
    • Alleen voor korte tijd
    • Dichtbij maar apart
    • Nooit
  9. 9Hoe zijn grote familiebijeenkomsten voor jou?

    • Ik kijk ernaar uit
    • Leuk maar vermoeiend
    • Het voelt als een plicht
    • Ik ga er zo min mogelijk heen
  10. 10Wanneer vertel je je familie over een besluit?

    • Voordat ik het neem
    • Nadat ik het genomen heb
    • Alleen de grote besluiten
    • Nooit
  11. 11Bel jij je familie of bellen zij jou?

    • Ik bel altijd
    • Zij bellen altijd
    • Om de beurt
    • We appen liever
  12. 12Wat voor band wil je met de familie van je lief?

    • Elkaar vaak zien
    • Warm maar op afstand
    • Een paar keer per jaar is genoeg
    • Als met mijn eigen familie
  13. 13Hoe doe je tegen je lief als je familie erbij is?

    • Zoals altijd
    • Afstandelijker
    • Attenter
    • Ik probeer niets te laten merken
  14. 14Wie kent jou het best?

    • Mijn familie
    • Mijn beste vriend
    • Mijn lief
    • Niemand behalve ikzelf
  15. 15Hoe is het om in een andere stad dan je familie te wonen?

    • Ik voel me daar prima bij
    • Ik mis ze maar ik ga toch
    • Ik ben liever dichtbij
    • Ik woon al ver weg
  16. 16Wat neem je mee als je op bezoek gaat?

    • Iets te eten
    • Een klein cadeautje
    • Bloemen
    • Niets
  17. 17Wat doe je voordat er gasten komen?

    • Ik ruim alles op
    • Ik kook iets
    • Ik kijk even rond
    • Ik bereid niets voor
  18. 18Wat voel je bij onaangekondigd bezoek?

    • Ik ben blij
    • Ik ben verrast maar doe open
    • Ik word onrustig
    • Ik doe niet open
  19. 19Hoe strikt hou je je aan de regels van de gastheer?

    • Tot op de letter
    • Ik vraag het eerst
    • Ik kijk de gastheer af
    • Ik doe waar ik me prettig bij voel
  20. 20Hoe lang blijf je op bezoek?

    • Een uur is genoeg
    • Een paar uur
    • Tot middernacht
    • De gastheer bepaalt
  21. 21Hoe sta je tegenover logeren bij jou?

    • Mijn deur staat voor iedereen open
    • Alleen voor naasten
    • Hooguit een paar dagen
    • Ik hou er niet van
  22. 22Wat doe je als de gasten weg zijn?

    • Ik ruim meteen op
    • Ik laat het tot de ochtend
    • Ik ga liggen en rust uit
    • Ik denk na over wat er gezegd is
  23. 23Wat zeg je als een gast je keuken in loopt?

    • Kom gerust binnen
    • Ik vraag om hulp
    • Ik word onrustig
    • Ik zeg dat ik het zelf doe
  24. 24Eet je weleens met je buren aan tafel?

    • Vaak
    • Bij een speciale gelegenheid
    • Nooit
    • Ik nodig ze uit
  25. 25Bedank je je gastheer achteraf?

    • Ik schrijf dezelfde avond
    • Ik bel de volgende dag
    • Wat ik ter plekke zeg is genoeg
    • Ik denk er niet aan
  26. 26Kom je weleens bij je buren thuis?

    • Vaak
    • Een of twee keer
    • Nooit
    • Zij komen bij ons
  27. 27Wat doe je bij je eerste bezoek aan het huis van je lief?

    • Ik bekijk elke hoek
    • Ik raak niets aan
    • Ik neem iets mee
    • Ik voel me meteen thuis
  28. 28Kijk je op je telefoon als er gasten zijn?

    • Nooit
    • Af en toe
    • Hij ligt continu in mijn hand
    • Ik zet hem op stil
  29. 29Wat vind je het belangrijkst bij gasten?

    • Een rijk gedekte tafel
    • Een opgeruimd huis
    • Een vlot gesprek
    • Dat niemand zich verveelt
  30. 30Hoe dicht sta je bij de mensen in je buurt?

    • Zo dicht als familie
    • Bekend maar ver
    • Ik voel me er vreemd
    • Ik woon er pas net
  31. 31Wat is jouw rol in je vriendengroep?

    • Ik maak het plan
    • Ik maak de grappen
    • Ik luister
    • Ik sluit later aan
  32. 32Hoeveel goede vrienden heb je?

    • Eén
    • Twee of drie
    • Een hele groep
    • Ik weet het aantal niet
  33. 33Hoe ver gaat je oudste vriendschap terug?

    • Tot mijn kindertijd
    • Tot mijn schooltijd
    • Tot de afgelopen jaren
    • Ze zijn allemaal nieuw
  34. 34Hoe ver reis je voor je vrienden?

    • Naar een andere stad
    • Overal in de stad
    • Als het dichtbij is
    • Zij komen maar
  35. 35Zeg je het als je de partner van een vriend niet ziet zitten?

    • Ik zeg het openlijk
    • Ik zeg het tussen de regels
    • Ik zeg het als het wordt gevraagd
    • Ik bemoei me er niet mee
  36. 36Hoe is het om bij een nieuwe vriendengroep te komen?

    • Dat gaat me heel makkelijk af
    • Dat kost me tijd
    • Ik vind het vermoeiend
    • Ik probeer het niet eens
  37. 37Wil je bij de vriendenkring van je lief horen?

    • Bij elke gelegenheid
    • Af en toe
    • Als ik word gevraagd
    • Mijn eigen kring is genoeg
  38. 38Wat doe je als een vriendschap verwatert?

    • Ik neem contact op
    • Ik wacht af
    • Ik vraag naar de reden
    • Ik leg me erbij neer
  39. 39Wat voegt een gezamenlijke vriend toe aan een relatie?

    • Die geeft vertrouwen
    • Die versterkt de band
    • Die haalt dingen door elkaar
    • Die voegt niets toe
  40. 40Wat doe je het meest met je vrienden?

    • We gaan aan tafel
    • We gaan de deur uit
    • We praten uren
    • We appen alleen
  41. 41Hoe los je spanning tussen je vriend en je lief op?

    • Ik stap ertussen
    • Ik laat het aan hen
    • Ik praat met allebei apart
    • Ik breng ze niet samen
  42. 42Hoe vaak bel je je vrienden?

    • We spreken elkaar dagelijks
    • Eén keer per week
    • Als het in me opkomt
    • Zij bellen altijd
  43. 43Wat doe je als je een oude vriend na jaren tegenkomt?

    • We gaan meteen zitten
    • Ik vraag kort hoe het gaat
    • Ik stel een afspraak voor
    • Ik groet van een afstand
  44. 44Wat doe je bij ruzie in de vriendengroep?

    • Ik bemiddel
    • Ik kies partij
    • Ik blijf erbuiten
    • Ik ga weg
  45. 45Wat voor band wil je met de beste vriend van je lief?

    • Als met een eigen vriend
    • Genoeg om te groeten
    • Op afstand
    • We hoeven elkaar niet te kennen
  46. 46Kan je familie je berichten zien?

    • Ze zien alles
    • Ze zien een deel
    • Ze zien niets
    • Ik heb een apart account
  47. 47Wat doe je als iemand uit je familie over een bericht valt?

    • Ik haal het weg
    • Ik geef uitleg
    • Het raakt me niet
    • Ik verberg het voor hen
  48. 48Hoort je familie via internet van je relatie?

    • Ik vertel het vooraf
    • Ze zien het in een bericht
    • Ze horen het van een ander
    • Ze horen het helemaal niet
  49. 49Wiens berichten bekijk je online als eerste?

    • Die van mijn beste vriend
    • Die van mijn familie
    • Die van mijn lief
    • Ik zoek niemand op
  50. 50Ontvolg je weleens iemand die dichtbij staat?

    • Ik doe het zonder aarzelen
    • Ik zet het op stil
    • Ik breng het niet op
    • Ik volg toch al niemand
  51. 51Wat doe je voordat je een gezamenlijke foto plaatst?

    • Ik plaats hem meteen
    • Ik vraag het de ander
    • Ik laat geen gezichten zien
    • Ik plaats hem nooit
  52. 52Wat voel je als iemand uit je familie je tagt?

    • Ik vind het leuk
    • Ik schaam me
    • Ik vraag of het weg mag
    • Het valt me niet eens op
  53. 53Wat doet het volgen van je naasten met je?

    • Het geeft verbondenheid
    • Het maakt me nieuwsgierig
    • Het vermoeit me
    • Het doet me niets
  54. 54Is je familie op je profiel te zien?

    • Op heel veel foto's
    • Op een paar
    • Helemaal niet
    • Mijn profiel staat op privé
  55. 55Deel je oude foto's met je naasten?

    • Ik plaats ze vaak
    • Ik stuur ze alleen naar hen
    • Ze blijven in mijn archief
    • Ik bewaar geen foto's
  56. 56Hoe hoor je nieuws over je naasten?

    • Ik zie het in hun berichten
    • Ze vertellen het zelf
    • Ik hoor het van gezamenlijke kennissen
    • Ik hoor het als we elkaar zien
  57. 57Hebben jullie een familiegroep in de app?

    • Ja, en een levendige
    • Ja, maar een stille
    • We appen apart
    • We appen helemaal niet
  58. 58Volg je de naasten van je lief online?

    • Ik volg ze allemaal
    • Alleen wie ik ken
    • Alleen als zij beginnen
    • Ik volg niemand
  59. 59Controleer je wie je berichten ziet?

    • Ik loop mijn lijst regelmatig na
    • Ik kijk af en toe
    • Ik kijk nooit
    • Alles staat toch open
  60. 60Wat doen je naasten als je een dag offline bent?

    • Ze maken zich meteen zorgen
    • Ze merken het niet
    • Ze laten een bericht achter
    • Ik ben er toch zelden
  61. 61Neem je je lief mee naar een familiebijeenkomst?

    • Bij de eerste gelegenheid
    • Als het serieus wordt
    • Als het klein blijft
    • Nooit
  62. 62Wanneer kom je aan op een feest?

    • Precies op tijd
    • Iets later
    • Ik ga vroeg
    • Ik kom als laatste
  63. 63Wat doe je aan een tafel vol naasten?

    • Ik maak het eten
    • Ik draag het gesprek
    • Ik zit aan de zijkant
    • Ik speel met de kinderen
  64. 64Wat doe je als je lief naar een feest wil dat jij niet leuk vindt?

    • Ik ga mee
    • We gaan kort langs
    • Laat die maar alleen gaan
    • Ik probeer het af te praten
  65. 65Hoe kies je een cadeau voor een feest?

    • Ik denk er lang over na
    • Ik koop het op de laatste dag
    • Ik vraag wat iemand wil
    • Ik koop voor iedereen hetzelfde
  66. 66Hoeveel mensen zijn ideaal voor een afspraak?

    • Twee
    • Vier of vijf
    • Een stuk of tien
    • Hoe voller hoe beter
  67. 67Wat doe je bij de eerste ontmoeting met de familie van je lief?

    • Ik vraag van alles
    • Ik luister meer
    • Ik probeer te helpen
    • Ik zit er stil bij
  68. 68Wat is het mooist aan een samenzijn?

    • Oude bekenden zien
    • Iemand nieuws leren kennen
    • Lange gesprekken
    • De tafel zelf
  69. 69Hoe onthou je de bijzondere dagen van je naasten?

    • Ik ken ze uit mijn hoofd
    • Ik zet ze in mijn agenda
    • Een app herinnert me eraan
    • Ik vergeet ze meestal
  70. 70Zet je familie en vrienden aan één tafel?

    • Dat gebeurt vaak
    • Op bijzondere dagen
    • Ik hou ze apart
    • Ik heb het nooit geprobeerd
  71. 71Wat doe je als je op een familiefeest wordt bestookt met vragen?

    • Ik antwoord met plezier
    • Ik hou het kort
    • Ik verander van onderwerp
    • Ik loop weg
  72. 72Wat voel je als je hoort van een afspraak zonder jou?

    • Ik ben gekwetst
    • Ik word nieuwsgierig
    • Ik ben opgelucht
    • Ik denk er niet over na
  73. 73Wat doe je als je lief je vrienden ontmoet?

    • Ik blijf de hele tijd bij ze
    • Ik laat ze alleen
    • Ik gooi een gezamenlijk onderwerp op tafel
    • Ik bereid iedereen voor
  74. 74Met wie breng je op een feest de meeste tijd door?

    • Met de enige die ik ken
    • Met wie ik net heb leren kennen
    • Met de gastheer
    • Ik loop door de menigte
  75. 75Wie praat er meer op een feest, jij of je lief?

    • Ik praat
    • De ander praat
    • Om de beurt
    • We zijn allebei stil
  76. 76Hoeveel vertel je collega's over je privéleven?

    • Ik vertel alles
    • Alleen de grote lijnen
    • Alleen aan één persoon
    • Ik vertel niets
  77. 77Neem je werk mee naar huis?

    • Elke avond
    • In drukke periodes
    • Zelden
    • Ik laat het bij de deur
  78. 78Hoeveel praat je thuis over je werk?

    • Ik vertel het uitgebreid
    • Ik vat het kort samen
    • Ik vertel het als er wordt gevraagd
    • Ik praat er niet over
  79. 79Wie regelt de afspraken in de vriendengroep?

    • Altijd ik
    • Om de beurt
    • Altijd dezelfde persoon
    • Het gaat vanzelf
  80. 80Wat doet een drukke werkperiode met je relatie?

    • Niets
    • We zien elkaar minder
    • We appen meer
    • Ik word stil
  81. 81Wat doe je als jullie werktijden niet samenvallen?

    • Ik verander mijn ritme
    • Ik hou mijn eigen ritme
    • We zoeken elkaar in het midden
    • Ik heb het er zwaar mee
  82. 82Wat doe je als je iemand op je werk leuk vindt?

    • Ik zeg het openlijk
    • Ik wacht op een teken
    • Ik meng het niet met werk
    • Ik vraag het na mijn vertrek
  83. 83Kan een stel op dezelfde werkplek?

    • Prima
    • Dat loopt moeilijk
    • Ja, bij andere afdelingen
    • Niets voor mij
  84. 84Vertel je op je werk over je relatie?

    • Ik zeg het meteen
    • Ik hou het even stil
    • Alleen aan naasten
    • Ik vertel het niet
  85. 85Wil je de collega's van je lief leren kennen?

    • Zo snel mogelijk
    • Als de tijd rijp is
    • Als het zo uitkomt
    • Dat hoeft niet
  86. 86Hoe belangrijk is het om met iedereen op je werk goed op te schieten?

    • Heel belangrijk
    • Tot op zekere hoogte
    • Het kan me niet schelen
    • Een paar mensen is genoeg
  87. 87Aan wie vertel je als eerste dat je werk je ongelukkig maakt?

    • Aan mijn lief
    • Aan mijn beste vriend
    • Aan een collega
    • Aan niemand
  88. 88Wat doe je als je werktelefoon gaat op je vrije dag?

    • Ik neem meteen op
    • Ik kijk en beslis
    • Ik bel later terug
    • Ik neem niet op
  89. 89Hoe goed ken je je buurt?

    • Ik ken er iedereen
    • Ik ken de winkeliers
    • Ik ken een paar buren
    • Ik ken niemand
  90. 90Hoe is een relatie met iemand uit hetzelfde vak?

    • We begrijpen elkaar heel goed
    • Het gaat altijd weer over werk
    • Er ontstaat rivaliteit
    • Het maakt niets uit
  91. 91Ken je de buren in je gebouw?

    • Ik ken ze allemaal
    • Ik ken er een paar
    • Ik ken alleen hun gezicht
    • Ik ken niemand
  92. 92Wat doe je als je een buur op de trap tegenkomt?

    • Ik begin een praatje
    • Ik groet kort
    • Ik knik
    • Ik loop snel door
  93. 93Wat voel je als een buur aanbelt?

    • Ik ben blij
    • Ik word nieuwsgierig
    • Ik word onrustig
    • Ik denk dat er iets is
  94. 94Leen je iets van je buren?

    • Ik vraag het zonder gêne
    • Alleen in grote nood
    • Ik schaam me
    • Nooit
  95. 95Wat doe je bij aanhoudend lawaai van boven?

    • Ik ga erheen en zeg er wat van
    • Ik laat een briefje achter
    • Ik verdraag het
    • Ik meld het bij het beheer
  96. 96Zet jij de eerste stap in een nieuw gebouw?

    • Ik ga alle deuren langs
    • Ik maak kennis als we elkaar tegenkomen
    • Zij mogen komen
    • Ik zie er de noodzaak niet van
  97. 97Hoe goed wil je dat je buren je kennen?

    • Ze mogen alles weten
    • Genoeg om te groeten
    • Ze hoeven mijn naam niet te weten
    • Ik denk er niet over na
  98. 98Stoort het je als buren je privéleven kennen?

    • Helemaal niet
    • Het hangt ervan af wie
    • Heel erg
    • Ze weten het toch niet
  99. 99Hoe kijk je naar een buurtgroep in de app?

    • Die is heel nuttig
    • Ik zet hem op stil
    • Ik vind hem overbodig
    • Ik doe er niet aan mee
  100. 100Denk je aan de buren als je een drukke avond plant?

    • Ik waarschuw ze vooraf
    • Ik zet het geluid zachter
    • Ik stop op tijd
    • Ik denk er niet aan
  101. 101Hou je een oogje op het huis van je buren als ze weg zijn?

    • Heel graag
    • Als ze het vragen
    • Ik word er onrustig van
    • Nee
  102. 102Wat betekent buurtschap voor jou?

    • Een veilige omgeving
    • Af en toe elkaar helpen
    • Alleen groeten
    • Helemaal niets
  103. 103Wat doe je bij een probleem met je buren?

    • Ik praat face to face
    • Ik wacht een tijdje
    • Ik kijk de andere kant op
    • Ik vraag iemand te bemiddelen
  104. 104Stel je je lief voor aan je buren?

    • Bij de eerste gelegenheid
    • Als we ze tegenkomen
    • Als het serieus wordt
    • Dat hoeft niet
  105. 105Geef je je buren een sleutel van je huis?

    • Zonder aarzelen
    • Alleen aan één
    • Als het niet anders kan
    • Nooit
  106. 106Ga je uit eten met je collega's?

    • Bij elke uitnodiging
    • Af en toe
    • Als het moet
    • Nooit
  107. 107Welke rol neem je in een team?

    • De plannende
    • De uitvoerende
    • De sfeermaker
    • De stille
  108. 108Wat doe je als het met iemand in het team niet klikt?

    • Ik praat het uit
    • Ik hou afstand
    • Ik hou het werk apart
    • Ik vertel het aan iemand anders
  109. 109Wat doe je als een teamgenoot zijn werk op jou afschuift?

    • Ik doe het stilletjes
    • Ik laat het één keer gaan
    • Ik zeg openlijk nee
    • Ik meld het bij de leiding
  110. 110Wat vind je het belangrijkst in gezamenlijk werk?

    • Dat iedereen evenveel doet
    • Dat het op tijd af is
    • Dat de sfeer goed is
    • Dat mijn deel klaar is
  111. 111Hoeveel praat je in een teamoverleg?

    • Ik praat het meest
    • Ik praat met mate
    • Ik praat als het wordt gevraagd
    • Ik zeg niets
  112. 112Werk je liever alleen of met een team?

    • Alleen
    • Met een team
    • Met zijn tweeën
    • Het hangt van de klus af
  113. 113Benoem je je eigen aandeel in een teamsucces?

    • Ik zeg het openlijk
    • Ik wacht tot het opvalt
    • Ik schrijf het aan het team toe
    • Ik zeg er niets over
  114. 114Onthou je de verjaardagen van collega's?

    • Allemaal
    • Die van wie dichtbij staan
    • Als iemand me eraan herinnert
    • Ik onthou ze niet
  115. 115Neem je je lief mee op een teamuitje?

    • Zeker
    • Als die wordt uitgenodigd
    • Liever niet
    • Ik heb er nooit aan gedacht
  116. 116Neem je de verantwoordelijkheid voor een fout van het team?

    • Ik neem die meteen
    • Alleen mijn deel
    • Ik herstel het stilletjes
    • Ik zwijg als niemand vraagt
  117. 117Wat doe je als eerste in een nieuw team?

    • Ik maak met iedereen kennis
    • Ik kijk het een tijdje aan
    • Ik duik in het werk
    • Ik zoek één persoon op
  118. 118Ben je nieuwsgierig naar het liefdesleven van collega's?

    • Heel nieuwsgierig
    • Ik luister als ze het vertellen
    • Helemaal niet
    • Ik vertel over dat van mij
  119. 119Wie regelt een feestje op het werk?

    • Meestal ik
    • Ik schiet te hulp
    • Ik kom alleen opdagen
    • Ik blijf op afstand
  120. 120Wat voor band wil je met je leidinggevende?

    • Vriendschappelijk
    • Respectvol en op afstand
    • Alleen over werk
    • Laat me met rust
  121. 121Deel je je relatie op sociale media?

    • Vanaf dag één
    • Als het serieus wordt
    • Ik hint er af en toe naar
    • Ik deel het nooit
  122. 122Wie moet een gezamenlijke foto plaatsen?

    • Wij allebei
    • Alleen ik
    • Alleen de ander
    • Niemand
  123. 123Hoe vaak verander je je profielfoto?

    • Elke maand
    • Een paar keer per jaar
    • Al jaren dezelfde
    • Ik heb er geen
  124. 124Spit je oude berichten van je crush door?

    • Tot het allereerste bericht
    • Een paar maanden terug
    • Ik kijk even
    • Ik kijk nooit
  125. 125Wat denk je als je lief je niet volgt?

    • Geen probleem
    • Ik vind het vreemd
    • Ik vraag naar de reden
    • Dan volg ik ook niet
  126. 126Beantwoord je reacties op je berichten?

    • Allemaal
    • Sommige
    • Alleen van naasten
    • Ik antwoord nooit
  127. 127Stoort het je als de ander berichten van anderen liket?

    • Helemaal niet
    • Het hangt ervan af van wie
    • Heel erg
    • Ik kijk er nooit naar
  128. 128Zet je je online status uit?

    • Die staat altijd uit
    • Ik zet hem uit als het nodig is
    • Die staat altijd aan
    • Ik denk er niet over na
  129. 129Laat je zien met wie je bent als je een plek deelt?

    • Ik laat het openlijk zien
    • Ik deel alleen de plek
    • Ik deel niets
    • Het maakt me niets uit
  130. 130Wat doe je als je een bericht van een oude bekende ziet?

    • Ik reageer
    • Ik like het
    • Ik lees het stil
    • Ik scroll meteen door
  131. 131Hoeveel mensen volg je online?

    • Iedereen die ik ken
    • Een handvol mensen
    • Ik weet het aantal niet
    • Bijna niemand
  132. 132Wat doe je als niemand op je bericht reageert?

    • Ik verwijder het later
    • Het raakt me niet
    • Ik denk na over waarom
    • Ik kijk toch niet
  133. 133Laat je een ruzie met je lief online doorschemeren?

    • Nooit
    • Ik hint ernaar
    • Ik plaats een liedje
    • Ik schrijf het openlijk
  134. 134Wat voel je na een week zonder sociale media?

    • Opluchting
    • Verveling
    • Niets
    • Ik hou het niet vol
  135. 135Volg je iemand meteen na de kennismaking?

    • Dezelfde dag
    • Na een paar dagen
    • Alleen als die begint
    • Ik volg niet
  136. 136Hoe voel je je op een druk feest?

    • Mijn energie stijgt
    • Na een tijdje word ik moe
    • Ik wacht in een hoek
    • Ik ga vroeg weg
  137. 137Wat vraag je als eerste bij een uitnodiging voor een feest?

    • Wie er zijn
    • Hoe laat het afloopt
    • Waar het is
    • Ik vraag niets
  138. 138Ga je alleen naar een feest of met iemand?

    • Ik ga alleen
    • Er moet iemand mee
    • Alleen als ik daar mensen ken
    • Ik kies ervoor om niet te gaan
  139. 139Hoe begin je een gesprek met een onbekende op een feest?

    • Ik stel mezelf voor
    • Ik begin over een gezamenlijke kennis
    • Ik praat over de plek
    • De ander mag beginnen
  140. 140Wanneer ga je meestal weg van een feest?

    • Bij de eerste gelegenheid
    • Na een paar uur
    • Ik ga als laatste
    • Als ik moe word
  141. 141Wat zeg je tegen een uitnodiging op het laatste moment?

    • Ik ga meteen
    • Ik kijk naar mijn planning
    • Ik word onrustig
    • Ik zeg beleefd nee
  142. 142Wat doe je als je de ander kwijtraakt in een menigte?

    • Ik bel meteen
    • Ik wacht op één plek
    • Ik red me alleen
    • We zien elkaar bij de uitgang
  143. 143Hoe zeg je een afspraak af?

    • Ik bel
    • Ik stuur een bericht
    • Ik laat het via een gezamenlijke vriend weten
    • Ik laat het tot het laatste moment
  144. 144Hoe lang van tevoren bereid je je voor op een feest?

    • Dagen van tevoren
    • Dezelfde dag
    • In het laatste halfuur
    • Ik bereid me niet voor
  145. 145Hoe wil je je verjaardag doorbrengen?

    • Met een groot feest
    • Met een paar naasten
    • Met zijn tweeën
    • Zonder te vieren
  146. 146Hou je in een menigte de hand van je lief vast?

    • Zonder gêne
    • Het hangt van de plek af
    • Ik schaam me
    • Ik hou er niet van
  147. 147Wat doe je als het saai is op een feest?

    • Ik breng de boel op gang
    • Ik wacht stil af
    • Ik ga vroeg weg
    • Ik kijk op mijn telefoon
  148. 148Wanneer neem je je lief mee naar je vrienden?

    • In de eerste weken
    • Na een paar maanden
    • Als die het zelf wil
    • Nooit
  149. 149Wat voel je als je lief zonder jou afspreekt?

    • Volkomen normaal
    • Ik word een beetje nieuwsgierig
    • Ik wil ook mee
    • Ik word onrustig
  150. 150Wat voel je als de aandacht van de ander in een menigte afdwaalt?

    • Ik vind dat normaal
    • Ik ben gekwetst
    • Ik dwaal ook af
    • Het valt me niet op

Eerste Date vragen

App StoreGoogle Play